Nou, de lente is begonnen hoor, man, man, de kersenbloesem dwarrelt als confetti over ons huis. Vogels, bijtjes, vlinders en daartussen dartelend: blije Luuk, Wies en katten. Maar laten we toch beginnen met de lokale binnen-activiteit: Mus, spreek uit als ‘moes’ of ‘moesj’, ook als je niet lispelt.
Mus is het Baskische kaartspel, dat hier van jong tot oud wordt gespeeld. Eigenlijk is het een kruising van toepen en ‘Het mes op tafel’, met de nadruk op gezellig samenzijn, zoals altijd hier. Je krijgt maar vier kaarten, uit een gedecimeerde stok van 40 Tarot-kaarten, die je gedurende het hele spel gewoon in je handen houdt en feitelijk helemaal niet ‘speelt’. Met die vier kaarten ga je gokken of en waarmee je punten kunt verdienen. Je hebt ook een partner, waarnaar je mag seinen. Steek je je tong uit, dan heb je twee azen, knipoog je, dan heb je een goed puntentotaal, etc. Het resulteert in een onnavolgbaar Baskisch geklets, gekkenbekken-trekkerij en een obscure puntentellerij, waar wij als blozende kleine kinderen naar turen. Onze dorpsvrienden blijven hun uiterste best doen om het ons te leren, heel lief.

Tussen de mus-lessen door hebben we een deel van het kippenhok gesloopt. Eerst het asbestdak verwijderd, maar vervolgens ook een stuk muur van deels gewapend beton. Met sloophamer en geleende drilboor (dank Marcel, Roan en Pieter) ging Luuk aan de slag, waarna ik het puin afvoerde naar de toekomstige vijver als waterkering. Een stevige klus. Het kippenhok is nu voorzien van een mooi pannendak van twee stapels pannen die we nog ergens op het erf vonden. In april gaan we drie nieuwe kippen ophalen, dus het hok is inmiddels ook uitgemest en wordt tijdelijk nog voorzien van een scheiding, zodat ons Mientje de nieuwe kippen niet gaat aanvliegen. Daar zie ik haar namelijk zeer wel toe in staat, ondanks dat ze inmiddels uit mijn hand eet. Als ze zin heeft.
In de kas groeit alles als een tierelier. Ik heb in de winter eikels geraapt, gestratificeerd (mooi woord voor in de koelkast leggen) en daarna in potten gestopt. Prachtige mini-eikjes nu, ze komen aan de uiteinden van het voedselbos te staan. Bomen planten en kweken vind ik, geloof ik, het leukste omdat ze over generaties heen groeien. Een vogel landde op een tak van een nieuwe plataan in het voedselbos, de ultieme acceptatie door de lokale natuur! Rozen en kruiden zijn ook dankbaar qua telen. De aardappels die vorig jaar schuchter onder de grond bleven, blijken nu pas op te komen. Maar we hadden bedacht dat op die plek (het gesloopte kippenhok) onze never-promised-you-a-rozentuin moest komen. Ik plant de broze aardappelplantjes nu voorzichtig over naar de nieuwe aardappeltuin. Ondertussen heb ik de hugelbedden door AI laten indelen, dan kan ik die de schuld geven als het niet lukt. Ieder bed is nu specifiek voor een type gewas (vrucht, blad, peul, wortel, groot), dat dan volgend jaar geroteerd wordt. De aarde van de hugelbedden is nog steeds te stevig, maar ik mis genoeg materiaal om het ruller te maken. Rondom ons huis overheersen sierplanten en eenjarige kruiden en groenten, het voedselbos wordt een mengeling van bomen, vaste planten, bessenstruiken en open bloemenveld/wei, zoveel mogelijk eetbaar. In het veld komt vlas op, een van mijn favoriete blommekes. Omdat het maar 1 dag bloeit heeft het geen zin om het in de vaas te zetten, maar zo’n blauw veld is echt tof. Ik deed ooit een kleine studie naar vlas in (Zeeuws-)Vlaanderen, waar vlas vroeger veel werd verbouwd, het is de pinot noir van de gewassen; het heeft veel zorg nodig, maar de opbrengst is dan ook van hoge waarde.
Begin maart zijn dan eindelijk onze zonnepanelen geplaatst, met een batterij als opslag. Je ziet op een app hoeveel er wordt opgewekt, welk deel je ervan direct verbruikt, welk restdeel vervolgens naar de batterij gaat en als die vol is, gaat uiteindelijk de rest het net op. Of eraf, natuurlijk, indien er geen zon schijnt en de batterij leeg is. Maar met dit weer draaien we tussen de 75% en 99% op zonne-energie. Dit cascade-systeem zorgt ervoor dat je heel anders met energie omgaat. Tot 11.00 uur laadt de batterij op, tussen 11 en 17 uur zet je de wasmachine of vaatwasser aan, laad je de auto op of ga je klussen. Liefst na elkaar, zodat je ook weer niet té veel stroom in een keer aftapt. Ik vermoed dat daar toch een leuke app voor komt, die een weekplanning maakt op basis van de weersverwachting en je klussenlijst en me dan met een pingeltje zegt wanneer ik in de week, en hoe laat, ik mijn wasje moet draaien, gaten moet boren of een taart moet bakken.

Ons eerste motorritje van het jaar ging onder andere richting Fort du Portalet in de Pyreneeën. Het is spectaculair gelegen met een heel gangenstelsel uitgehouwen uit de rots. Het wordt verbouwd en we wandelden omhoog, het fort in, met uitzicht over de prachtige omgeving met steile rotsen. Op weg naar beneden waren de werkers met lunchpauze en hadden de poort afgesloten. Gelukkig met een te groot kettingslot, zodat de poort nog op een kier kon en wij er ons tussendoor konden wringen en ontsnappen. Eenmaal buiten stond er in koeienletters dat het fort tot mei gesloten is. Niet gezien. Daarna doorgereden door de pas Candanchú, alwaar volop geskied werd, zoals je nu (26 maart) nog live kunt bewonderen. En vervolgens het indrukwekkende stationsgebouw van Canfranc bezocht. Gebouwd in 1928 voor een bezoekersstroom die nooit is gekomen en roemloos gesloten in 1970. De spoorlijn door de Pyreneeën compleet met tunnels en bruggen ligt er nog steeds, maar is niet onderhouden. Het stationsgebouw is twee jaar geleden volledig gerestaureerd tot luxe hotel en een sterrenrestaurant in een gerenoveerde trein, maar het ligt zo afgelegen dat ik me niet kan voorstellen dat het een succes wordt. Maar dat dacht ik ook van de musical Soldaat van Oranje, dus wie ben ik.


