Rond half zeven begint het vogelkabaal, wat een vroege vrolijkheid, maar wij draaien ons toch nog even om in het bedje. Overal om ons heen moeten we rekening houden met onhandig gesitueerde vogelnestjes, vooral roodstaarten doen net alsof ze niet bang zijn van mensen, maar zijn dat toch wel. De vrouwtjesmerel zit nota bene op de lantaarn van de achterdeur (zie foto), dat daardoor een soort troon is geworden. Maar ook ons terras onbruikbaar, want we willen haar, na alle drama van vorige maand, de kans geven om de vier eitjes rustig uit te broeden. Alhoewel ik net een filmpje zie van een merel die het doodnormaal vindt dat haar mensen-buren het nest bezoeken.

Twee van de drie nieuwe kippen leggen nu bijna iedere dag een ei. Dat is toch een klein wondertje, hoor. De blonde (Agnetha, maar Luuk weigert Frida en Agnetha bij hun namen te noemen) was de eerste. Blijkbaar vond ze de krakkemikkige legnesten niet fijn genoeg, dus vloog ze over het hek voor een mooi schaduwrijk plekje onder de perzikboom, waar ze storm, hagel en regen trotseert om haar ei te leggen. Als Mozes niet naar de berg komt, dan komt de berg (lees: het hek) naar Mozes, dus hebben we haar openlucht-legnest bij de boomgaard betrokken. Sinds vorige week legt ook rode Frida haar eitje daar en elke dag dank ik de dames hartelijk voor hun kleine wondertjes.

Onze lieve buren nemen ons af en toe op sleeptouw naar mooie plekjes in Baskenland, dit keer naar het magnifieke Ahusky. Op een klein uurtje rijden ligt een herberg op ca. 1200 meter met een spectaculair uitzicht. De weg ernaartoe leidt door het grootste beukenbos van Europa, Iraty, dat een magische uitstraling heeft en waar ook dolmen zijn. Van de beuken werden vroeger scheepsmasten gemaakt. Het deed ons erg denken aan Japanse bossen, waar ook voorvaderen liggen begraven. Alleen zetten Japanners gebreide mutsjes op de grafsteentjes, om te voorkomen dat de voorouders het koud krijgen. Baskische voorouders zijn gewoon stoerder en hoeven geen mutsen. De herberg van Ahusky bestaat al enkele eeuwen en de familie van onze buurman komt er ook al generaties lang. Zijn overgrootmoeder te voet over een pad, zijn vader met een jeep over een oververharde weg en nu met de cabrio over de smalle asfaltweg. De plek heeft heilzaam water, naar het schijnt, dus namen we de groentesoep om dat eens te proberen, gevolgd door heerlijke asperges met foie gras en een huisgemaakte gateau basque. Luuk had caillé de brebis, een toetje gemaakt van stremselmelk van schaap. Een soort minder zure yoghurt, heerlijk.

Ik heb het geloof ik nog niet vaak over het Baskisch eten gehad. De schijf van vijf wordt hier angstvallig vermeden, evenals producten van buiten Frankrijk/Spanje. Hier eet je minimaal 200 gram vlees per dag en ik heb even ook een foto gemaakt van suiker in de Leclerc supermarkt. Dat is dus niet alleen een schap met diverse suikers, maar ook vier pallets met pakken van 5 kilo. Iedereen maakt hier zijn eigen taart, jam en likeur, maar jongens, dit is toch wel absurd. Het merk Daddy voor suiker vind ik dan wel weer geniaal bedacht. Mijn voorlopige top 5 Baskische producten, zijn:
5 Pacharan, een zoete likeur op basis van wilde sleedoornbessen uit de Pyreneeën,
4 Palombe au capucin, de heerlijke duifjes waar ik eerder over schreef,
3 Gateau Basque, een eenvoudige taart gemaakt met Pastis met banketbakkersroom,
2 Truite de Banca, een hele grote zalmforel, de kwekerij moeten we nog een keer bezoeken,
1 Brebis schapenkaas van Ossau-Iraty, een veel lekkerdere versie van Manchego.
Inmiddels probeer ik mijn voorraad walnoten weg te werken voordat de volgende in september er weer aan komt. De walnotenpesto is een topper, maar blijft helaas maar een maandje of zo goed. En ik heb nu groene walnoten geoogst en vervolgens gemengd met alcohol, suiker en kruiden, dat over een tijdje Liqueur de Noix moet worden. Ik zal laat weten of het smaakt of dat ik beter gewoon die flessen wodka puur had moeten drinken.


