Terwijl we nu alwéér de mooiste winterbeelden uit Nederland zien en de schaatsers goud rijden, zitten wij hier in de miezerregen. Het regent 1x in januari, maar dan wel 24 dagen lang, zo wordt hier gezegd. En ondertussen hadden we ook nog een zware storm ‘Tempête Nils’ en daardoor bijna 12 uur geen stroom en internet. Kennissen van ons in Les Landes hadden zelfs enkele dagen geen stroom. En nog staat de boel hier op scherp, want de sneeuw op de bergen moet nog smelten.

Genoeg over het weer, we hebben onze eerste bomen geplant! We hebben nu een stuk van de platanenlaan en de begrenzing van twee bosvakken met mimosas. Dat zijn bomen die het hier over het algemeen heel goed doen, maar ja, ze hebben nu enorme stress van de storm en verzadigde natte klei. Ik heb al drainagegreppeltjes gegraven, op de plek waar in juli de aarde openscheurde van droogte. Verder is het bidden en dat de boompjes de nieuwe stek aankunnen. Over 20 jaar zou het dan toch al een aardige laan moeten zijn en over 100 jaar zoiets als mijn oude Rotterdamse Graaf Florisstraat!

Nog meer dingen die hier goed groeien; pompoenen en kiwi’s! Arnaud kwam zomaar met een flespompoen (potiron) aanzetten zo groot als een mammoetlul (kan even geen groter zoogdier verzinnen). En ik moest een plan de campagne maken voor het verwerken ervan. Ik heb een spreadsheet van al mijn verzamelde recepten (mijn autistisch spectrum komt af en toe van pas) en ik zag dat ik 230 pompoenrecepten heb. Daarvan heb ik er 6 losgelaten op de potiron: pompoensoep met saffraan en sinaasappel, galette met pompoen en geitenkaas, pastinaak-pompoenpuree met geroosterde buikspek, pompoencakejes, geroosterde pompoenparten met chili en gember en pompoenmousse. Die laatste was niet lekker, veel te machtig en de caramel was te hard geworden, dus met allemaal harde stukjes in de mousse, brrr.
Kiwi’s dus, ze zijn ook al in Nederland gesignaleerd. De kiwi’s worden momenteel met tonnen tegelijk aangeleverd, maar ik heb er aanzienlijk minder recepten van. In de Adour-regio, hier iets verder naar het noorden zijn er gigantische plantages, maar ook om de hoek in Rivareyte is een prachtig gelegen plantage. En ik heb hier in de tuin ook wat – op sterven na dood – kiwiboompjes. Het zijn een soort wingerd-klimmers met lange stengels die worden geleid op rekken of soms als druivenranken. Voordeel is dat het transport vanuit Nieuw-Zeeland niet meer hoeft, nadeel is dat ze enorm veel water nodig hebben. Ik heb het vermoeden dat veel wijnboeren de overstap naar kiwi’s maken, omdat Franse wijn niet meer goed in de markt ligt. Wij drinken hier goede wijn voor onder de 4 euro per fles. Om de boeren te compenseren drinken we er meer van.
Inmiddels wonen we 1 jaar in onze stulp, de tijd is voorbij gevlogen en we voelen ons prima thuis. Ter gelegenheid van ons eerste jublieum dan nu een top 10 van Franse dingen die ik nog niet wist voordat ik hierheen kwam, in willekeurige volgorde.
- Zoals in Japan groet je altijd als je ergens binnenkomt (bonjour) of weggaat (bon journée), n’importe où et toujours.
- Een departement (in ons geval Pyrenées Atlantiques) is een land op zich. De departementale grenzen zitten overal in gebeiteld, een beetje zoals de Belgische gewesten.
- Onbegrijpelijk dat Fransen zo stevig en lang lunchen maar gemiddeld magerder zijn dan Nederlanders en met een hogere productiviteit.
- Fransen communiceren het liefst pratend aan tafel, pratend vanuit de auto, pratend op straat, pratend via de telefoon, dan pas schrijvend met een brief(kaart)je en als het niet anders kan: schrijvend per email. Online dingen regelen kan pas nadat je bijna al deze stappen hebt doorlopen.
- Ze hebben hier nog cheques. Papieren cheques die je bij de bank kunt inwisselen voor geld. Je moet ook om de haverklap je ‘RIB’ laten zien, een bewijs dat jouw IBAN rekeningnummer, ook echt jouw rekening is.
- Tot enkele jaren terug aten mannen en vrouwen hier in Baskenland apart, tijdens gezamenlijke lunches. Ook in de kerk hadden vrouwen een eigen balkon, zoals in een moskee.
- Fransen hangen nog steeds met hun elleboog uit het autoraam, ook al roken ze allang niet meer. Het is om dat praatje te kunnen maken (zie 4).
- Als je timmerman of loodgieter bent, dan sta je hier in hoog aanzien. Je bent dan artisan en kunt hogere tarieven vragen. En je bent verzekerd van veel werk, want zelden klussen mensen zelf.
- Mensen kopen hier alvast een graf met steen. Die staat er dan al. Mocht je toch verhuizen, dan neem je je grafsteen mee.
- Doodlopende wegen worden hier vaak niet aangegeven. Je komt er vanzelf wel achter.


