De kippen zijn gearriveerd, gezond en wel! We hebben ze gekocht via een soort kofferbakverkoop. De volaillier reist dan door Frankrijk en doet op één dag een stuk of 20 plekken aan, waar hij de – vooraf bestelde – kippen uitdeelt aan de nieuwe eigenaren. We hadden drie verschillende soorten besteld: een Duitse Vorwerk, de rode (Frida), een Bretonse Cocou de Rennes, de gespikkelde (Rika) en een Engelse Sussex, de wit-zwarte (Agnetha). De reis van de kofferbakverkoop naar huis verliep goed, al duikelden ze bij iedere rotonde steeds weer over elkaar heen en moesten ze hun plekje in de doos heroveren. En ze hadden ook de achterbank ondergescheten. Luuk reed.

Thuis moest Mientje, de kip die we al hadden, natuurlijk niks hebben van die drie nieuwe metgezellen. Het hok is groot genoeg voor wel dertig kippen, maar Mientje tolereerde niemand op haar hele rek, laat staan naast haar op de stok. Toen de nieuwe kippen van arren moede buiten gingen slapen besloot Luuk paal en perk te stellen aan Mientjes koninginnengedrag. Hij kreeg de boel in toom en sindsdien slapen ze rustig in het hok. Een (andere) haan is dus niet nodig.
De nieuwe kippen zijn veel tammer, eten nu al uit mijn hand en laten zich gemakkelijk oppakken. Totaal anders dan Mientje dus. Frida is al twee keer aan de verkeerde kant van het hek beland, maar wil niets liever dan terug bij haar vriendinnen. Agneta is nieuwsgierig en Rika kan het beste met Mientje overweg, dat is de bemiddelaar.
In april leggen alle vogels een ei, het seizoen is hier denk ik een week of 2-3 eerder dan in Nederland. Drie mannetjes merels waren met veel kabaal twee avonden aan het vechten wie het vrouwtje mocht hebben. Toen dat eindelijk was beslecht, besloot onze kater zijn eerste vogel te killen: de vrouwtjesmerel. Had ik net zijn belletje om gebonden, bleek het de doodsklok te zijn voor het vrouwtje. En nu zit de mannetjesmerel al de hele tijd in de tuin doelloos rond te hopsen. Hartverscheurend. En Toulouse is nu een probleemkat geworden, want eerder stond hij ook al trots bij het lijkje van een jong konijntje. Ik hou hem maar wat meer binnen met die almaar groeiende jaagvaardigheden.

In de serre groeit alles best prima: tomaat, peper, eikjes, kruiden en zelfs de mieriksstruik. Ik ben dus al een stuk verder dan vorig jaar, toen alle voorzichtige kiemplantjes gelijk verbrandden. Maar de hugelbedden trekken nog op niks. Onder de aarde zitten dan dus stammetjes en twijgen, zodat het wat luchtiger wordt, maar het is ook een instant mollen- en muizenparadijs waar ze makkelijk bij al die lekkere zaden en wortels kunnen. In het voedselbos doen de bomen het redelijk, maar de bessen hebben het maar lastig. Het is overleven in de brute klei met veel wind. Ik zet alles uit de serre dan maar zo laat mogelijk buiten.

Vandaag naar het mandenmakersfestival geweest in het kunstzinnige dorp La Bastide-Clairence. Ik was erg onder de indruk van de variaties van het rietvlechten en de omvang van cursussen, boeken, films, leveranciers van grondstoffen en natuurlijk verkoopstandjes. Manden, schalen, vazen, sieraden, kleding, hutten en schuttingen, zowel traditioneel als modern, dik riet, dun vlas, alles kun je aan elkaar knopen. Startprijs 120 euro, dat wel, dus zoiets ga ik zelf wel doen met de olijfwilgtenen en vlasdraad uit de tuin. Zodra ik tijd heb. Ik zal dan beginnen met rieten uitvaartmandjes. Voor de dodelijke slachtoffers van onze probleemkat.

